De ontwikkeling van de atoombom wordt vaak gezien als zeer moeilijk en gestructureerd werk, waar vaak addertjes onder het gras zaten. Spionage speelde namelijk ook een zeer grote rol. Tijdens de Tweede Wereldoorlog deden meerdere landen mee aan het Manhattan-project: de Verenigde Staten werkten samen met mensen uit Groot-Brittannië en Canada. Het was een zeer geheim project met één doel: het ontwikkelen van een kernbom. Tijdens het Manhattan-project waren er ook meerdere Sovjetmedewerkers actief op het kamp. Zij wisselden stiekem alle plannen uit met de Sovjet-Unie. Eén van de meest bekende spionnen was Klaus Fuchs. Hij kwam oorspronkelijk uit Groot-Brittannië en was een natuurkundige die meewerkte aan de bom in het dorp Los Alamos. Er is iets bijzonders aan dit dorp: alles moest zo geheim blijven dat er zelfs een eigen stad werd gebouwd waar alle geleerden samenkwamen om na te denken over hoe de bom gecreëerd moest worden. Maar Klaus had één doel: alle belangrijke informatie doorspelen naar de vijand. Hij was vooral verantwoordelijk voor het doorgeven van informatie over de plutoniumbom, inclusief het mechanisme achter deze bom. Ook Theodore Hall speelde een grote rol in het doorspelen van informatie. Hij zat net als Klaus in hetzelfde schuitje, maar had een iets andere taak: hij speelde voornamelijk informatie over de initiator die de kernreactie zou doen beginnen door naar de Sovjet-Unie. Het loonde blijkbaar; zonder de gestolen informatie zouden de Sovjets veel langer hebben gedaan over het ontwikkelen van kernwapens. Dankzij de spionnen kon de Sovjet-Unie vrij snel hun eerste atoombom, de RDS-1 oftewel Joe-1, afvuren in 1949, vier jaar na de ramp op Hiroshima en Nagasaki. Historici schatten dat de spionage het proces met twee tot vier jaar heeft versneld. Als de informatie niet was doorgegeven, zou de Koude Oorlog waarschijnlijk anders zijn verlopen, omdat het Verenigd Koninkrijk een te grote voorsprong zou hebben gehad op de Sovjets (redactie, 2025) J. Robert Oppenheimer wordt ook wel de vader van de atoombom genoemd; hij had de leiding over alles en iedereen. Zo ook op het basiskamp Los Alamos: hij was de directeur en moest het laatste woord hebben. Zonder zijn toestemming mocht er niets gebeuren. De nieuw gebouwde stad lag in de regio van New Mexico. Veel mensen hadden twijfels over Oppenheimers leiderschap, omdat hij nog niet zo vertrouwd was met het leiden van grootschalig onderzoek. Daarnaast had Oppenheimer veel contact gehad met Duitsland tijdens zijn opleidingen en hing hij sterk aan linkse ideologie. Dit werd ook in twijfel getrokken door de Sovjet-Unie, maar toch slaagde hij erin het plan goed en verstandig voort te zetten. Een van de meest cruciale momenten was 16 juli 1945: de kernbomtest, bekend als de Trinity-test. De precieze reden voor de naam is niet helemaal zeker, maar men denkt dat Oppenheimer vanwege zijn liefde voor poëzie de naam koos, mogelijk ook verwijzend naar de drie-eenheid. Deze dag was bijzonder omdat het de eerste geslaagde kernbomproef in de geschiedenis was. Oppenheimer besefte later wat hij had gemaakt en sprak de legendarische woorden: “Nu ben ik dood geworden, de vernietiger van werelden”. (1940, sd) Op 8 mei 1945 om 23:01 stopten alle Duitse soldaten met vechten en was de oorlog in Europa afgelopen. Japan daarentegen stopte niet en bleef dreigen. Na meerdere waarschuwingen besloot Amerika, onder leiding van Paul Tibbets, een uraniumbom te gooien op Hiroshima (de eerste atoombom). Van 17 juli tot 2 augustus vond de conferentie van Potsdam in Berlijn plaats, waarbij de leiders van Amerika, Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie samenkwamen. Een dag voor de conferentie had Amerika met succes een proefexplosie uitgevoerd. Harry S. Truman, de president van de Verenigde Staten, was zeer blij met dit nieuws. Nazi-Duitsland had zich inmiddels overgegeven, maar Japan weigerde nog steeds. Daarom werden Hiroshima en Nagasaki gebombardeerd op respectievelijk 6 en 9 augustus 1945. Deze bommen bestonden uit een uraniumbom (Little Boy) en een plutoniumbom (Fat Man). Op 6 augustus 1945 vloog de B-29-bommenwerper Enola Gay van Tinian en wierp de atoombom van 9.500 meter hoogte. De bom bedroeg ongeveer 63 terajoule, wat overeenkomt met 15 kiloton TNT. Destijds leefden er ongeveer 250.000 inwoners. Bij de ontploffing om 8:15 uur kwamen al 78.000 mensen om het leven. Daarna volgde een enorme hittegolf door de stad, waarbij veel mensen gewond raakten en de meeste uiteindelijk overleden door straling. Zelfs op 1.900 meter van de ontploffing ontstond brand, die zich verder uitbreidde tot 3 kilometer vanaf het epicentrum. De rook was zelfs zichtbaar vanaf Tokio, 160 kilometer van Hiroshima. Zelfs na dit tragische conflict gaf Japan niet op, waardoor Amerika gedwongen werd een tweede atoombom te werpen. Na dit incident besloot Japan zich uiteindelijk over te geven, omdat ze zich realiseerden dat de oorlog ten koste ging van hun land en hun bevolking. (atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, 2025)